Freek's Fratsen (6)

Inmiddels heb ik mijn jongen al zeven hele dagen buiten gehad en ik ben niet tevreden over de gang van zaken. De jongen, waarvan sommigen al koeren, maken op een of andere manier geen goed contact met het hok, de omgeving en met elkaar.
Normaal zijn jongen enerzijds nieuwsgierig en anderzijds angstig om de vertrouwde omgeving te verlaten. De wereld om hen heen is ineens wel erg groot en er zijn gigantisch veel indrukken. Neem alleen al de kraaien en overige vogels in de tuin.
Bij mij gaan de jongen naar buiten en schieten dan al heel snel de lucht in, zonder ooit op het hok gezeten te hebben. Ze slaan a.h.w. stappen in het proces over. Eenmaal in de lucht willen de jongen vaak snel weer terug naar een vertrouwd plekje en naar elkaar. Dat mis ik ten enenmale. Ze gaan de lucht in en lijken meteen te willen "trekken". Ook hebben ze geen idee waar het hok zich bevindt. Overal zitten ze. In toppen van hoge bomen, in appelbomen en gebouwen in de omgeving. Vreemd genoeg herkennen ze elkaar in de wijde wereld niet. Een groepje jongen op het dak van het hok trekt andere duiven aan, zou je denken. Niets is minder waar.  Gezeten op hooguit tien meter afstand van de jongen op het hok, lijken ze dit niet te beseffen. Elke keer hebben ze een dag nodig om het hok terug te vinden en sommigen lukt dit niet. Die blijven een nacht buiten slapen. Verdwaasd komen elke keer nog jonge doolaards over, die het "noorden" helemaal kwijt zijn.
Geen enkel jong weet in de lucht een ander jong te vinden. Op verschillende hoogtes kruisen ze elkaar lukraak in het luchtruim. Iedereen kent dit fenomeen, maar vorig jaar hadden mijn jongen die de hele dag buiten vertoefden geen week nodig om tot koppelvorming in de lucht te komen. Er hapert dus iets aan de "contactpuntjes" in de koppies.
Door het chaotische gefladder van jonge duiven worden de roofvogels a.h.w. aangetrokken. In het begin zat de sperwer er tussen. Of ie echt jongen gepakt heeft weet ik niet. Wel zijn er jongen in paniek gevlucht en miste ik er steeds een paar.

Gisteren op mijn vrije dinsdag, gooide ik de kleppen om 07.00 uur open. Voor de achtste keer de hele dag buiten. Zowaar gingen ze ineens als koppel op de vleugels en slaagde de meerderheid erin daadwerkelijk in koppel rond te toeren. Ik was in de tuin aan het spitten en zag het goedkeurend aan. De mest was adembenemend mooi en de donsveertjes vlogen in het rond. Alleen kijken de meesten niet fris van zich af. Rond 8.30 uur zag ik nog zes jongen in groep rondvliegen. Ze hadden moeite met landen, want er stond een verraderlijke bries. Ineens was er veel misbaar van merels en kraaien. Ik keek omhoog en zag de vrouwtjeshavik recht boven het hok een jong verschalken, op ongeveer twintig meter hoogte. Even dacht ik aan een slechtvalk, maar de opvallend lange staart laat over de determinatie geen twijfels bestaan. Ondanks mijn geroep en geschreeuw vloog ze met speels gemak weg met een verstijfde duif in haar klauwen. De jonkies op het dak van het hok hadden geen benul van wat er gebeurde. De overige vijf jonkies in het koppeltje verkeerden wel in doodsangst en verdwenen in ijltempo uit het gezichtsveld.

's Avonds bij de telling waren er nog 47 aanwezig. Momenteel ben ik elke dag gemiddeld 1 jong kwijt. Eentje ruimde ik zelf, eentje ging spontaan dood en negen stuks raakte ik bij huis kwijt in een tijdspanne van negen dagen. De "ruige methode" kost vooralsnog veren, maar ik hoop dat de "lucky ones" snel "streetwise" worden. Duiven leren enorm veel van hele dagen buiten vertoeven. Ze ontwikkelen een voedingsinstinct, pikken wat ze nodig hebben, leren voedsel en drinken vinden buiten het hok, worden alerter op roofvogels en bevuilen het hok overdag niet. De duiven zitten zelf de hele dag in de frisse lucht en happen volop zuurstof. Ideaal voor de baas en prettig voor de duiven, dunkt me. Rond 17.30 uur roep ik ze binnen om gevoederd te worden en ongeveer 18.00 uur gaat de verduistering in.

Inmiddels heb ik andijvie geplant, evenals jonge bieslook. Voor het hok groeien diverse kruiden, zoals oregano e.a.
Van mij mogen de duiven pikken in de tuin zoveel ze lusten. De tuin is groot genoeg en ik plant en zaai bij voorbaat van alles royaal in de wetenschap dat vooral de kippen en in iets mindere mate de duiven me helpen consumeren.
Ik las vorige week in "De Duif" nog weer over dokter Moerman. Hij experimenteerde zijn hele leven met voedingsmiddelen bij mens en dier. Vreemd dat we als duivenliefhebbers niet wat trotser zijn op deze collega-melker. Hij zocht het vooral in preventie en balans en was overtuigd dat hij "het geel" daarmee geen kans gaf de kop op te steken bij zijn duiven. Acht elementaire componenten noemde hij, waaronder uit het blote hoofd de vitaminen a, b- complex, c, citroenzuur, ijzer, jodium, zwavel. Kankerpatienten meende hij ook met een uitgekiend dieet te kunnen genezen. Ik denk, dat hij op dat terrein te optimistisch was. Wel denk ik, dat met variatie en gezonde voedingsstoffen onze gezondheid enorm gediend is en dat er een verband bestaat tussen voeding en kanker. Ook duiven blijven gemakkelijker gezond en in balans als ze gevarieerd gevoerd worden. Zelf behoor ik zeker niet tot de "geitenwollensokkendragers", pretendeer geen kennis te hebben van voeding bij mens en dier, ben van nature nuchter, niet traditioneel gelovig noch bijgelovig. Toch ben ik ervan overtuigd dat dokter Cornelis Moerman in de juiste richting dacht en ooit de waardering krijgt die hij verdient. Zeker van duivenmelkers!

•Plaats reactie•