Freek's Fratsen.....

Freek's Fratsen (23)

't Is maandag. Een enorme kater van het weekeinde. Als een 21-jarig familielid sterft, staat de wereld even stil en zijn je duiven even bijzaak. Toch was ik zaterdag thuis toen de duiven arriveerden. Jaap Hupkes stond ineens voor mijn neus. Jaap was er vorige week ook en ik vond het jammer dat we toen amper een duif zagen. Gelukkig zagen we er zaterdag samen 5 van de 8 terugkeren. Niet vroeg, maar toch .... Het geelkuurtje leek enig effect gesorteerd te hebben!

Achteraf was ik blij met de onverwachte komst van Jaap. We kennen elkaar al bijna een halve eeuw. Op de ouderlijke boerderij in Noord Empe vlogen altijd tientallen duiven. Kroppers, meeuwtjes, nonnetjes en ... postduiven. Veelal aanvliegers. Ik herinner me, dat er op een dag een jonge Belg zat. Dat was in 1968.

Een steenrode schimmel met vel witte pennen en een witte buik. Ik was meteen verloren. In zijn vleugel een naamstempel van een zekere August uit Hemiksem. Voor enkele kwartjes kocht ik de jonge doffer van Henk, de oudere broer van Jaap. Hij werd snel overgewend en ik heb er jaren plezier van gehad. Het was een bijzonder levendige doffer. Achter elke duif die over kwam klapperde hij aan. Alsof het een soort Haagse lokker was. Toen ik in 1970 de leeftijd van 18 jaar bereikte en zelfstandig lid kon worden van p.v. de Hoven in Zutphen, korfde ik hem ook in. Op de binnenlandse africhtingsvluchtjes was hij steevast als eerste retour. Boven de 150 kilometer stuurde hij zijn kat en kwam uren te laat. Een onvervalste vitesser derhalve van een echte Quievrainspeler waarschijnlijk. Wel een doffer die ik door zijn kleur en gedrag zelfs na 43 jaar nog kan uittekenen in detail!

Met Jaap kon ik fijn praten. Als je zo'n nare boodschap krijgt als vrijdagavond, ben je toch uit je normale doen en wil je erover praten. Bij Jaap is het ons kent ons en zelf werd hij bovendien niet door het leven gespaard. Gelukkig gaat het goed met hem, zijn familie en zijn (zorg)boerderij. Hij zag de eerste duif al voordat ik hem zag. De eerstgetekende. Ook de tweede en derde getekende raken (nog net) papier. 's Avonds miste ik er nog eentje. De "Guus". Zondag rond het middaguur retour keerde, net voordat we naar onze overleden neef en zijn familie vertrokken. Ik was blij dat "Guus" terug was. Hij won een tweede in de kring en vier goede prijzen in totaal. Mijn beste dit jaar en dat zegt genoeg. Het was geen topjaar voor ons. Natuurlijk was het ook een seizoen van niks. Staartwind- en halve rampvluchten. Iets anders kan ik me niet herinneren. Geen enkele duif zag ik uit "het gat" komen. Uithuilen en opnieuw beginnen!

Als ik het seizoen overzie, kom ik tot de conclusie dat ik ook fouten gemaakt heb. Ik heb me voorgenomen daarvan te leren. Allereerst twijfel ik over het gebruik van stro op de vloer. Ik ververste het stro na het inkorven voor de vierde vlucht. Dat was achteraf niet slim. Nu ik de boeren het nieuwe stro zie oogsten, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de kwaliteit slecht zal zijn. Het is zeker niet zongedroogd en goudgeel! Voor 2012 denk ik over rivierzand op de bodem als alternatief. Het spel "op de deur" wat ik voor het eerst toepaste, beviel de eerste vier vluchten uitstekend. Drie vluchten op rij in de top 10 van regio 2 en lange tijd lijstaanvoerder onaangewezen. Daarna ging het kaarsje uit. Mogelijk had ik toen met een geelkuurtje de zaak kunnen redden. Buiten het vliegseizoen om lukt het me het geel voor te blijven met natuurlijke hulpmiddelen zoals zo vaak beschreven in eerdere "Fratsen". Vorig jaar lukte me dat ook tijdens het vliegseizoen. Dan word je overmoedig en denkt dat dit elk jaar zal lukken. Niet dus. Als de duiven in de mand iets oplopen, is de tijd te kort om dat zonder medicijnen weer recht te breien. Mijn leermoment. Tenslotte wil ik verlichting maken in de hokken. Vooral met somber, donker weer is dat een aanrader. De duiven houden de kleine veertjes beter vast en bovendien blijft de hormoonspiegel op peil. Jan de Ruiter maakte me er desgevraagd op attent. Zijn doffers bleven weduwnaar dankzij de verlichting! Ook Martin & Joke verlichtten hun junioren in de avonduren om die reden.

Toch miste ik het nestspel. Jonge duiven op weduwschap trainen beter, maar zijn in positieve en negatieve zin onvoorspelbaarder. Hun pennenrui gaat gewoon door en er zijn waarschijnlijk momenten dat ze falen vanwege het gooien c.q. ingroeien van slagpennen. Bij duiven op nest geldt dat amper. Die houden hun pennen vast als ze jongen azen. Ook dat was ook een leermoment. Op nest had ik weleens jonge duiven met negen, tien of elf prijzen. Dit jaar is een jonge duif met vijf goede prijzen al iets bijzonders. Kijk maar in de regiostanden. Het heeft te maken met het fenomeen "G"-vlucht en met het spel op de deur. Volgend jaar wil ik combineren. Een deel op de deur en een deel op nest. Hokruimte is er.

De ambitie is er nog steeds. "Na een goeie komt een slechte", zegt Cor Buis dikwijls. Ik hoop dat er na een minder jaar een beter jaar komt. Beter qua weer, beter qua programma en beter qua prestaties. Ik vond het leuk deze "Fratsen" met U te delen. Het was bedoeld als verantwoording richting leveranciers van duiven. Al snel vond ik het (als voormalig onderwijzer) nodig er iets educatiefs van te maken. Zo kun je het doen en zo moet je het niet doen. Alles naar eer en geweten en liefst proefondervindelijk. Mijn devies staat nog steeds. Blijf dicht bij de natuur, hou het simpel (uitvoerbaar) en probeer te genieten. Als ik merk, dat ik niet meer kan genieten van mijn duiven en de prestaties van anderen en de stress gaat overheersen, stop ik !!!! Probeer het gezellig en sportief te houden in de club. Eentje kan er maar winnen en niemand is onfeilbaar. Op de eerste prijsvlucht gingen Joke en Martin op hun snufferd, na de vierde vlucht was ik aan de beurt. Romein kreeg op Breuil een draai om de oren en op de laatste vlucht ging Jan de Ruiter er onder door in de club op Troyes. Ik wil er mee zeggen, dat de sport voor niemand vanzelf succesvol wordt. Zelfs Marcel Sangers draaide op de eerste vluchten zo beroerd, dat hij zijn duiven thuis hield na twee "zeperds" met grote verliezen. Eigenlijk is de uitspraak van onze clubvoorzitter Jan Groot Koerkamp zo gek nog niet: "Duivensport is een hoop teleurstelling, met zo nu en dan een lichtpuntje". Stap zo snel mogelijk over teleurstellingen heen, probeer te leren van het verleden, klamp U vast aan de lichtpuntjes, geniet van de omgang met collega's en duiven en houd de moed erin! Tot ziens!

•Meer artikelen...•